Landbouw

In Overijssel is 200.000 hectare grond in gebruik voor landbouw en veeteelt, waarvan slechts 1,7% voor biologische boerderijen. Overijssel telt 1.600 intensieve veehouderijbedrijven met voornamelijk varkens, kippen, en geiten. Hun veevoer komt voor een groot deel uit het buitenland: Azië en Zuid–Amerika. Een groot deel van het vlees gaat naar het buitenland. En Overijssel blijft met de mest zitten.

Bovendien groeien de problemen rond gezondheid van de dieren (varkenspest, vogelgriep, Q–koorts en MRSA–bacterie). Dat moet en kan anders!

De landbouw is de laatste decennia in toenemende mate alleen economische activiteit geworden.

Instandhouding van het bedrijf, de werkgelegenheid, de bodemvruchtbaarheid, delven het onderspit in een puur (wereld)markt gerichte voedselproductie. Daarbij wordt om redenen van efficiëntie de schaal steeds vergroot en elke productiefactor onder controle gebracht. De boer moet zo goedkoop mogelijk produceren en laat daarbij een spoor van problemen achter.

GroenLinks stelt daarom het volgende voor:

  • Biodiversiteit moet in stand worden gehouden.
  • Dierenwelzijn is een essentieel onderdeel van agrarisch beleid.
  • Geen ruimte voor megastallen.
  • De provincie bevordert dat er in 2015 driemaal zoveel duurzaam producerende bedrijven zijn dan nu, en gaat agrariërs stimuleren en ondersteunen om die omslag te maken en vol te houden.

 

Voedselproductie is dusdanig essentieel dat we daar niet lichtzinnig mee om mogen gaan.

Continuïteit, voedselveiligheid, mét de natuur werken in plaats van ertegen, dienen uitgangspunten te zijn bij de landbouwproductie.

Voor het Overijssels beleid betekent dat:

  • Voedselproductie en landschapsbeheer opnieuw integreren.
  • Verdere industrialisering van de landbouw niet faciliteren.
  • Stimuleren van lokale afzet.