Voorzitter,
Dit is voor velen een belangrijke dag. Ook voor GroenLinks. We spreken over een probleem waar we al vele jaren last van hebben. Ruim 40 jaar in elk geval, we spraken toen van het mestoverschot, en misschien nog wel langer. Het probleem is steeds groter geworden, zorgt voor grote schade. Schade doordat vergunningverlening niet of heel traag gaat. Schade doordat de bouw van huizen geremd wordt, knelpunten in de infrastructuur die niet kunnen worden aangepakt. Maar ook in de landbouwsector zijn de vruchten zuur. Denk maar eens aan de PAS-melders, mensen die buiten hun macht in de problemen zijn gekomen waar ze zelf niet meer uitkomen. En intussen gaat ook de achteruitgang van de natuur gestaag verder. Planten van voedselarme standplaatsen verdwijnen of zijn erg zeldzaam geworden. Hetzelfde geldt voor dieren die daarvan afhankelijk zijn.
Er moet dus dringend wat gebeuren. En dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Van het Rijk, dat na jaren stilstand nu eindelijk met een pakket maatregelen is gekomen. Van de provincies, die samen met het Rijk en allerlei betrokkenen al die maatregelen in goede banen mogen gaan leiden. Van terreinbeherende organisaties, verantwoordelijk voor maatregelen in de natuurgebieden. Van industrie, waar uitstoot moet dalen. Van het verkeer, dat schoner met worden. En ook van boeren, die hun ammoniakuitstoot flink terug moeten brengen.
Voorzitter, het stikstofprobleem is een veelkoppig monster dat aangepakt moet worden. GroenLinks is blij met de brief van GS waarin waardering wordt uitgesproken voor de aanpak van het Rijk maar waarin ook een aantal zorgen -of aandachtspunten- worden benoemd. We snappen maar al te goed dat velen, ook vandaag hier op de tribune, grote zorgen hebben over de onzekerheid die weer -of nog steeds- op de landbouwsector afkomt. Het zal je bedrijf maar zijn, voorzitter. Voor ons is dat een aansporing om dit probleem vooral samen op te pakken. Er is een veel te grote ammoniakuitstoot, dat weten we. Veroorzaakt door bedrijven steeds uit te breiden, meer vee te houden. De overheid zelf vond het lange jaren goed. En iedereen deed eraan mee, de boeren zelf natuurlijk maar ook hun adviseurs, de banken, de veevoerfabrikanten, de zuivelproducenten, supermarkten. Het moest allemaal groot, groter, grootst. En nu zitten we met de gebakken peren.
Wij willen niet minder boeren, wie dat bedacht heeft heeft niet goed naar ons geluisterd. Liever juist meer boeren als het aan ons ligt. Maar vooral willen we toe naar een gezondere landbouw, in evenwicht met de omgeving. Dat is voor iedereen goed, of je nou in het landelijk gebied woont of in een dorp of stad. Goed voor boeren zelf ook. We kennen tal van goede voorbeelden.
Voorzitter, niets doen is geen optie. ‘De brief moet van tafel’ horen we geregeld, maar dat is de oplossing niet. We moeten hier samen de schouders onder zetten. Het moet realistisch blijven, horen we ook. Daar is GroenLinks ook een groot voorstander van, maar dat mag niet betekenen dat we minder doen dan nodig en ook niet dat we vertragen. Het heeft nu lang genoeg geduurd. Sterker nog, we hopen dat wat er nu aan plannen in de steigers staat voldoende is voor natuurherstel. We vinden het verstandig om daarbij meerdere problemen tegelijk aan te pakken, dus niet alleen de focus op stikstof maar ook op het bestrijden van verdroging. Op de verbetering van de waterkwaliteit. Op het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen ook. Door meerdere problemen aan te pakken voorkom je dat je steeds opnieuw met een pakket maatregelen de streek in moet. Daarbij moeten we wel rekening houden met de bedrijven waar het al goed gaat. Zij mogen niet de dupe worden van het feit dat zij ons het goede voorbeeld geven.
Ik zei al, dit probleem speelt al vele jaren, we hebben daarom ook niet de illusie dat we dit morgen opgelost hebben. Maar laten we daar in elk geval wél mee beginnen! Ik wens ons moed en doorzettingsvermogen om dit samen op te lossen.