Deze vraag stond op de agenda van de partijraadsvergadering van zaterdag 23 oktober 2010. De vraag was actueel geworden op het congres in april dat het verkiezingsprogramma moest samenstellen.

Tot ieders verassing nam het congres zonder enige discussie een amendement aan dat zich uitsprak tegen invoering van het “correctieve bindende referendum”, een wetsvoorstel waarvoor Femke Halsema in de voorafgaande maanden juist erg veel inspanning in de kamer had gedaan. Dat is voldoende reden om er in de partijraad nog eens over te praten en het op een volgend congres opnieuw aan de orde te stellen.

De discussie begon met een peiling vooraf in de partijraad, een peiling die net als op het congres praktisch in een gelijkspel eindigde; evenveel voorstanders als tegenstanders. Femke Halsema legde uit waarom haar voorstel toch van belang was, Dick Pels van het wetenschappelijk bureau pleitte ook vóór het referendum en daarna kon Diederik ten Cate van Dwars (de indiener van het amendement) de argumenten van Dwars toelichten. Ten Cate was duidelijk geschrokken van de boze reacties na het congres, want hij relativeerde de congresuitspraak door te zeggen dat daardoor de wetsvoorstellen van Femke Halsema echt niet bij het grof vuil hoefden te worden gezet. In de discussie werd geleidelijk duidelijk dat angst geen goede raadgever is; de angst dat “het volk” via een referendum allerlei discriminerende maatregelen zal willen doorvoeren zoals in Zwitserland gebeurd is. Het werd duidelijk dat een referendum van belang is als een stok achter de deur tegen al te regenteske wetsontwerpen. Na een uitgebreide discussie waarin veel voor- en tegenargumenten aan de orde kwamen, stelde Femke Halsema de vraag waar dit allemaal toe zou kunnen leiden. In de huidige situatie kan ze moeilijk verder, want zij kan het tegenargument krijgen: “Zorg eerst maar dat je eigen partij het erover eens is”.

De partijraad begreep hieruit dat het nuttig zou zijn als de raad een uitspraak zou doen, ook al heeft de raad niet formeel de bevoegdheid om congresbesluiten ongedaan te maken. Iemand deed het voorstel dat de partijraad een soort uitspraak zou doen waarmee Femke Halsema verder mocht werken aan haar initiatiefwetsvoorstel in afwachting van een besluit van het congres van volgend voorjaar. De stemming hierover was tevens een eindpeiling over hoe de aanwezigen na afloop van de discussie dachten over invoering van het referendum.

Het resultaat was verrassend; Een ruime meerderheid sprak zich nu uit vóór het referendum en volgens een grove schatting was het aantal tegenstemmers gedaald tot minder dan een derde deel. Daarmee kon Femke Halsema wel even vooruit.

Daarna stond de partijraad stil bij het verloop van de formatiebesprekingen en de dilemma’s waarvoor de linkse of progressieve oppositie in de nabije toekomst komt te staan. Daarbij werd duidelijk dat de verkiezingen van het komend voorjaar voor de provinciale staten heel belangrijk worden en deze het karakter zullen krijgen van een landelijke peiling.

Tenslotte vond op de vergadering de verkiezing plaats van het nieuwe bestuur van de partijraad, dat is de groep die de agenda samenstelt en die de vergaderingen voorzit. Een lid van het oude bestuur werd gekozen plus vier nieuwe leden, voornamelijk jongere personen.

Over het algemeen was men zeer tevreden over het verloop van de vergadering.

Henk Spaan